Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. verreden:
  2. verrijden:


Niederländisch

Detailübersetzungen für verreden (Niederländisch) ins Schwedisch

verreden:

verreden Adjektiv

  1. verreden (gereden)

Übersetzung Matrix für verreden:

ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
tillryggalagd gereden; verreden
tillryggalagt gereden; verreden

verreden form of verrijden:

verrijden Verb (verrijd, verrijdt, verreed, verreden, verreden)

  1. verrijden (verplaatsen)
    flytta
    • flytta Verb (flyttar, flyttade, flyttat)

Konjugationen für verrijden:

o.t.t.
  1. verrijd
  2. verrijdt
  3. verrijdt
  4. verrijden
  5. verrijden
  6. verrijden
o.v.t.
  1. verreed
  2. verreed
  3. verreed
  4. verreden
  5. verreden
  6. verreden
v.t.t.
  1. heb verreden
  2. hebt verreden
  3. heeft verreden
  4. hebben verreden
  5. hebben verreden
  6. hebben verreden
v.v.t.
  1. had verreden
  2. had verreden
  3. had verreden
  4. hadden verreden
  5. hadden verreden
  6. hadden verreden
o.t.t.t.
  1. zal verrijden
  2. zult verrijden
  3. zal verrijden
  4. zullen verrijden
  5. zullen verrijden
  6. zullen verrijden
o.v.t.t.
  1. zou verrijden
  2. zou verrijden
  3. zou verrijden
  4. zouden verrijden
  5. zouden verrijden
  6. zouden verrijden
diversen
  1. verrijd!
  2. verrijdt!
  3. verreden
  4. verrijdend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für verrijden:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
flytta uitnemen
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
flytta verplaatsen; verrijden bewegen; disloqueren; iets verplaatsen; omruilen; omwisselen; overplaatsen; roeren; ruilen; schuivend verplaatsen; standplaats veranderen; verhuizen; verkassen; verleggen; verplaatsen; verschikken; verschuiven; vertillen; vervoeren; verwisselen; verzetten; voor zich uitschuiven; wisselen; zich verplaatsen