Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. krachteloos:


Niederländisch

Detailübersetzungen für krachteloos (Niederländisch) ins Schwedisch

krachteloos:

krachteloos Adjektiv

  1. krachteloos
    svag; svagt; maktlös; hjälplöst; maktlöst

Übersetzung Matrix für krachteloos:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
maktlös benauwende toestand; keurslijf
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
hjälplöst krachteloos hulpeloos; machteloos; onmachtig; weerloos
maktlös krachteloos hulpeloos; weerloos
maktlöst krachteloos hulpeloos; weerloos
svag krachteloos beetje; bleek; bleek van gelaatskleur; flauw; flets; kleurloos; lichtelijk; niet helder; onduidelijk; schemerig; schimmig; slap; vaag; verschoten; week; wit; zwak
svagt krachteloos bleek; bleek van gelaatskleur; bleekjes; flauw; flets; kleurloos; niet helder; onduidelijk; pips; schemerig; schimmig; slap; slapjes; vaag; verschoten; wee; week; wit; ziekelijk; zwak

Verwandte Wörter für "krachteloos":


Verwandte Übersetzungen für krachteloos