Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. inpeperen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für inpeperen (Niederländisch) ins Schwedisch

inpeperen:

inpeperen Verb (peper in, pepert in, peperde in, peperden in, ingepeperd)

  1. inpeperen (inwrijven)
    vara klar
    • vara klar Verb (är klar, var klar, varit klar)

Konjugationen für inpeperen:

o.t.t.
  1. peper in
  2. pepert in
  3. pepert in
  4. peperen in
  5. peperen in
  6. peperen in
o.v.t.
  1. peperde in
  2. peperde in
  3. peperde in
  4. peperden in
  5. peperden in
  6. peperden in
v.t.t.
  1. heb ingepeperd
  2. hebt ingepeperd
  3. heeft ingepeperd
  4. hebben ingepeperd
  5. hebben ingepeperd
  6. hebben ingepeperd
v.v.t.
  1. had ingepeperd
  2. had ingepeperd
  3. had ingepeperd
  4. hadden ingepeperd
  5. hadden ingepeperd
  6. hadden ingepeperd
o.t.t.t.
  1. zal inpeperen
  2. zult inpeperen
  3. zal inpeperen
  4. zullen inpeperen
  5. zullen inpeperen
  6. zullen inpeperen
o.v.t.t.
  1. zou inpeperen
  2. zou inpeperen
  3. zou inpeperen
  4. zouden inpeperen
  5. zouden inpeperen
  6. zouden inpeperen
en verder
  1. is ingepeperd
diversen
  1. peper in!
  2. pepert in!
  3. ingepeperd
  4. inpeperend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für inpeperen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
vara klar inpeperen; inwrijven af zijn; klaar zijn