Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. doorliggen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für doorliggen (Niederländisch) ins Schwedisch

doorliggen:

doorliggen Verb (lig door, ligt door, lag door, lagen door, doorgelegen)

  1. doorliggen
    ha liggsår
    • ha liggsår Verb (har liggsår, hade liggsår, haft liggsår)

Konjugationen für doorliggen:

o.t.t.
  1. lig door
  2. ligt door
  3. ligt door
  4. liggen door
  5. liggen door
  6. liggen door
o.v.t.
  1. lag door
  2. lag door
  3. lag door
  4. lagen door
  5. lagen door
  6. lagen door
v.t.t.
  1. heb doorgelegen
  2. hebt doorgelegen
  3. heeft doorgelegen
  4. hebben doorgelegen
  5. hebben doorgelegen
  6. hebben doorgelegen
v.v.t.
  1. had doorgelegen
  2. had doorgelegen
  3. had doorgelegen
  4. hadden doorgelegen
  5. hadden doorgelegen
  6. hadden doorgelegen
o.t.t.t.
  1. zal doorliggen
  2. zult doorliggen
  3. zal doorliggen
  4. zullen doorliggen
  5. zullen doorliggen
  6. zullen doorliggen
o.v.t.t.
  1. zou doorliggen
  2. zou doorliggen
  3. zou doorliggen
  4. zouden doorliggen
  5. zouden doorliggen
  6. zouden doorliggen
diversen
  1. lig door!
  2. ligt door!
  3. doorgelegen
  4. doorliggend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für doorliggen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
ha liggsår doorliggen