Niederländisch

Detailed Synonyms for wazig in Niederländisch

wazig:

wazig Adjektiv

  1. wazig
    onduidelijk; wazig; vaag; flauw; mistig; vagelijk; nevelachtig; onhelder
  2. wazig
    mistig; onhelder; wazig; nevelig; nevelachtig
  3. wazig
    troebel; wazig; beneveld
  4. wazig
    vaag; wazig; vaag zichtbaar
  5. wazig
    leeg; wazig; nietszeggend; glazig; wezenloos; uitdrukkingsloos

Verwandte Wörter für "wazig":

  • wazigheid, waziger, wazigere, wazigst, wazigste, wazige