Niederländisch

Detailed Synonyms for positie in Niederländisch

positie:

positie [de ~ (v)] Nomen

  1. de positie
    de positie; de ligging
  2. de positie
    de positie; de functie; de baan; de dienstbetrekking; de job
  3. de positie
    de toestand; de staat; de gesteldheid; de positie
  4. de positie
    de houding; stellingname; de standpuntbepaling; het standpunt; de positie; de bewering; het thema
  5. de positie
    het standpunt; stand van het lichaam; de positie
  6. de positie
    – werk waarvoor je betaald wordt 1
    de baan; de betrekking; de positie
    – werk waarvoor je betaald wordt 1
    • baan [de ~] Nomen
      • zij heeft een baan als verpleegster1
    • betrekking [de ~ (v)] Nomen
      • het leraarschap lijkt me een goede betrekking1
    • positie [de ~ (v)] Nomen
      • zij heeft een goede positie bij een bank1
  7. de positie
    – stand van lichaam of lichaamsdeel 1
    de positie
    – stand van lichaam of lichaamsdeel 1
    • positie [de ~ (v)] Nomen
      • door de verkeerde positie van je voeten krijg je rugpijn1
  8. de positie
    – toestand waarin iemand zich bevindt 1
    de positie
    – toestand waarin iemand zich bevindt 1
    • positie [de ~ (v)] Nomen
      • hij is niet in de positie om kritiek te hebben1
  9. de positie
    – waar het zich bevindt 1
    de positie
    – waar het zich bevindt 1
    • positie [de ~ (v)] Nomen
      • wat is de positie van het schip?1

Verwandte Wörter für "positie":

  • posities

Alternate Synonyms for "positie":


Verwandte Definitionen für "positie":

  1. werk waarvoor je betaald wordt1
    • zij heeft een goede positie bij een bank1
  2. stand van lichaam of lichaamsdeel1
    • door de verkeerde positie van je voeten krijg je rugpijn1
  3. toestand waarin iemand zich bevindt1
    • hij is niet in de positie om kritiek te hebben1
  4. waar het zich bevindt1
    • wat is de positie van het schip?1

Related Synonyms for positie