Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. gereedheid:
  2. gereed:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für gereedheid (Niederländisch) ins Französisch

gereedheid:


gereed:

gereed Adjektiv

  1. gereed (doorgekookt; gedaan; gaar)
    fait; prêt; fini; épuisé; terminé; éreinté; cuit
  2. gereed (af; voltooid; over; )
    prêt; fini; passé; fait; terminé; disposé; préparé; achevé; exécuté
  3. gereed (volbracht; gedaan; klaar; beëindigd; af)
    prêt; accompli; fait; terminé; effectué; fini; préparé; achevé; cuit
  4. gereed (voltooid; klaar; beëindigd; )
    fait; fini; prêt; exécuté; préparé; achevé; terminé
  5. gereed (paraat; klaar)
    prêt; disponible; préparé; disposé

Übersetzung Matrix für gereed:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
fait aangelegenheid; actie; affaire; aktie; casus; daad; evenement; feit; gebeurtenis; geval; handeling; incident; kwestie; voorval; zaak
passé verleden
AdjectiveVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
disponible gereed; klaar; paraat aanwezig; beschikbaar; beschikbare; disponibel; in de handel; in de handel verkrijgbaar; in voorraad; leverbaar; op voorraad; te koop; vacant; verkrijgbaar; voorhanden; voorradig
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
disponible beschikbaar
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
accompli af; beëindigd; gedaan; gereed; klaar; volbracht doorgekneed; uitgevoerd; verricht; voleindigd; volleerd; voltrokken
achevé af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; volbracht; voltooid; voorbij foutloos; perfect; voleindigd; volleerd; volmaakt
cuit af; beëindigd; doorgekookt; gaar; gedaan; gereed; klaar; volbracht gekookt
disposé af; afgedaan; afgelopen; gereed; geëindigd; klaar; over; paraat; uit; voltooid; voorbij bereid; bereidvaardig; gehumeurd; gemutst; genegen; gestemd; gewillig; gezind
effectué af; beëindigd; gedaan; gereed; klaar; volbracht bewerkstelligd; uitgevoerd; verricht
exécuté af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; voltooid; voorbij doodgeschoten; doorgevoerd; geëxecuteerd; uitgevoerd; verricht; voltrokken
fait af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; doorgekookt; gaar; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; volbracht; voltooid; voorbij geboren; gecreëerd; gemaakt; geproduceerd; geschapen; gevormd; ter wereld gekomen; uitgevoerd; verricht; vervaardigd; voltrokken
fini af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; doorgekookt; gaar; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; volbracht; voltooid; voorbij afgerond; eruit; foutloos; gecompleteerd; perfect; voleindigd; volmaakt
passé af; afgedaan; afgelopen; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; voltooid; voorbij afgelopen; armoedig; bedorven; beëindigd; doorgegeven; ex; flodderig; geweest; gewezen; haveloos; jongstleden; kwijt; o.v.t.; onvoltooid verleden tijd; pover; rot; rottig; schamel; sjofel; sjofeltjes; slecht; toenmalig; verder gegeven; verdwaald; vergaan; verleden; verleden tijd; verlopen; verloren; vermist; verrot; verstreken; vervallen; voorbij; voorgevallen; voorheen; voormalig; voormalige; vorig; vorige; vroeger; vroegere; weg; zoek
préparé af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; paraat; uit; volbracht; voltooid; voorbij bedacht; bereid; gekookt; gewapend; voorbereid; voorbewerkt
prêt af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; doorgekookt; gaar; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; paraat; uit; volbracht; voltooid; voorbij gekookt; genegen; lening; rap; snel; startklaar; vlot; vlug
terminé af; afgedaan; afgelopen; beëindigd; doorgekookt; gaar; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; volbracht; voltooid; voorbij afgehandeld; afgerond; gecompleteerd
épuisé doorgekookt; gaar; gedaan; gereed afgemat; bekaf; dodelijk vermoeid; doodmoe; doodop; hondsmoe; onbestelbaar; op; oververmoeid; uitgeput; uitgeteld
éreinté doorgekookt; gaar; gedaan; gereed afgemat; afgesloofd; dodelijk vermoeid; doodmoe; doodop; hondsmoe; op; uitgeteld

Verwandte Wörter für "gereed":


Wiktionary Übersetzungen für gereed:

gereed
adjective
  1. Qui est en état de faire, de dire, de recevoir, etc... (Sens général).

Cross Translation:
FromToVia
gereed prêt; prête ready — Prepared for immediate action or use