Übersicht
Niederländisch nach Englisch:   mehr Daten
  1. aanleg hebben:


Niederländisch

Detailübersetzungen für aanleg hebben (Niederländisch) ins Englisch

aanleg hebben:

aanleg hebben Verb (heb aanleg, hebt aanleg, heeft aanleg, had aanleg, hadden aanleg, aanleg gehad)

  1. aanleg hebben

Konjugationen für aanleg hebben:

o.t.t.
  1. heb aanleg
  2. hebt aanleg
  3. heeft aanleg
  4. hebben aanleg
  5. hebben aanleg
  6. hebben aanleg
o.v.t.
  1. had aanleg
  2. had aanleg
  3. had aanleg
  4. hadden aanleg
  5. hadden aanleg
  6. hadden aanleg
v.t.t.
  1. heb aanleg gehad
  2. hebt aanleg gehad
  3. heeft aanleg gehad
  4. hebben aanleg gehad
  5. hebben aanleg gehad
  6. hebben aanleg gehad
v.v.t.
  1. had aanleg gehad
  2. had aanleg gehad
  3. had aanleg gehad
  4. hadden aanleg gehad
  5. hadden aanleg gehad
  6. hadden aanleg gehad
o.t.t.t.
  1. zal aanleg hebben
  2. zult aanleg hebben
  3. zal aanleg hebben
  4. zullen aanleg hebben
  5. zullen aanleg hebben
  6. zullen aanleg hebben
o.v.t.t.
  1. zou aanleg hebben
  2. zou aanleg hebben
  3. zou aanleg hebben
  4. zouden aanleg hebben
  5. zouden aanleg hebben
  6. zouden aanleg hebben
diversen
  1. heb aanleg!
  2. aanleg gehad
  3. aanleg hebbende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für aanleg hebben:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
have a good head for aanleg hebben
have a talent for aanleg hebben

Verwandte Übersetzungen für aanleg hebben