Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. makheid:
  2. mak:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für makheid (Niederländisch) ins Deutsch

makheid:

makheid [de ~ (v)] Nomen

  1. de makheid (tamheid)
    die Zahmheit

Übersetzung Matrix für makheid:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Zahmheit makheid; tamheid

Verwandte Wörter für "makheid":


mak:

mak Adjektiv

  1. mak (zachtaardig; zacht; goedhartig; )
    sanft; milde; weich; mild; samtartig; gnädig; sanftmütig; tolerant; gutherzig; duldsam; edel; jovial; nicht nachtragend

Übersetzung Matrix für mak:

ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
duldsam clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig edel; edelmoedig; grootmoedig; groots; nobel; tolerant; verdraagzaam
edel clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig adellijk; duur; edel; edelmoedig; elegant; genereus; gracieus; grootmoedig; groots; gul; hoogwaardig; kostbaar; mild; nobel; patent; perfect; prijzig; prima; royaal; ruimhartig; sierlijk; uitmuntend; uitstekend; van adel; van goede kwaliteit; volmaakt; voortreffelijk; vrijgevig; waardevol
gnädig clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig barmhartig; genaderijk; humaan; medelijdend; menslievend; vergevend
gutherzig clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig aangenaam; aardig; attent; barmhartig; behulpzaam; bereidvaardig; bereidwillig; genaderijk; goedaardig; goedhartig; goedig; goedmoedig; goeiig; hulpvaardig; mild; plezierig; vergevend; voorkomend; vriendelijk; welwillend; zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig
jovial clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig amicaal; bedaard; edel; edelmoedig; gelijkmoedig; gemoedelijk; genereus; goedgeefs; grootmoedig; groots; gul; joviaal; kalm; kalmpjes; kameraadschappelijk; mild; nobel; onbewogen; royaal; ruimhartig; rustig; scheutig; sereen; vriendschappelijk; vrijgevig
mild clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig edel; edelmoedig; genereus; goedaardig; goedgeefs; goedhartig; goedig; goedmoedig; goeiig; grootmoedig; groots; gul; mild; nobel; onbekrompen; royaal; ruimhartig; scheutig; vrijgevig; zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig
milde clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig
nicht nachtragend clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig
samtartig clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig fluweelachtig; fluwelen; velours
sanft clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig bedaard; breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; gelijkmoedig; goedaardig; goedhartig; goedig; goedmoedig; goeiig; iel; in een handomdraai; kalm; kalmpjes; kwetsbaar; mild; moeiteloos; onbewogen; rustig; sereen; teder; teer; tenger; vanzelf; vlinderachtig; zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig; zonder moeite; zwak
sanftmütig clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; goedaardig; goedhartig; goedig; goedmoedig; goeiig; hulpvaardig; iel; kwetsbaar; mild; plezierig; teder; teer; tenger; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig; zachtmoedig; zachtzinnig; zwak
tolerant clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig edel; edelmoedig; grootmoedig; groots; nobel; ruimdenkend; tolerant; verdraagzaam
weich clement; goedhartig; mak; mild; welwillend; zacht; zachtaardig krukkig; mollig; murw; naar zweet ruikend; onbeholpen; onhandig; schutterig; slungelig; stumperig; stuntelig; sukkelig; teerhartig; volslank; week; weekhartig; zacht; zacht aanvoelend; zwak; zweterig

Verwandte Wörter für "mak":


Wiktionary Übersetzungen für mak:


Cross Translation:
FromToVia
mak folgsam; fügsam; gefügig; gehorsam; zahm obéissant — Qui obéir.

Computerübersetzung von Drittern: