Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. gewoonte worden:


Niederländisch

Detailübersetzungen für gewoonte worden (Niederländisch) ins Deutsch

gewoonte worden:

gewoonte worden Verb (word gewoonte, wordt gewoonte, werd gewoonte, werden gewoonte, gewoonte geworden)

  1. gewoonte worden

Konjugationen für gewoonte worden:

o.t.t.
  1. word gewoonte
  2. wordt gewoonte
  3. wordt gewoonte
  4. worden gewoonte
  5. worden gewoonte
  6. worden gewoonte
o.v.t.
  1. werd gewoonte
  2. werd gewoonte
  3. werd gewoonte
  4. werden gewoonte
  5. werden gewoonte
  6. werden gewoonte
v.t.t.
  1. ben gewoonte geworden
  2. bent gewoonte geworden
  3. is gewoonte geworden
  4. zijn gewoonte geworden
  5. zijn gewoonte geworden
  6. zijn gewoonte geworden
v.v.t.
  1. was gewoonte geworden
  2. was gewoonte geworden
  3. was gewoonte geworden
  4. waren gewoonte geworden
  5. waren gewoonte geworden
  6. waren gewoonte geworden
o.t.t.t.
  1. zal gewoonte worden
  2. zult gewoonte worden
  3. zal gewoonte worden
  4. zullen gewoonte worden
  5. zullen gewoonte worden
  6. zullen gewoonte worden
o.v.t.t.
  1. zou gewoonte worden
  2. zou gewoonte worden
  3. zou gewoonte worden
  4. zouden gewoonte worden
  5. zouden gewoonte worden
  6. zouden gewoonte worden
diversen
  1. word gewoonte!
  2. wordt gewoonte!
  3. gewoonte geworden
  4. gewoonte wordend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für gewoonte worden:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
zur Gewohnheit werden gewoonte worden

Verwandte Übersetzungen für gewoonte worden