Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. eraf rijden:


Niederländisch

Detailübersetzungen für eraf rijden (Niederländisch) ins Deutsch

eraf rijden:

eraf rijden Verb (rijd eraf, rijdt eraf, reed eraf, reden eraf, eraf gereden)

  1. eraf rijden (omlaagrijden; afrijden; naar beneden rijden)
    hinunterfahren
    • hinunterfahren Verb (fahre hinunter, fährst hinunter, fährt hinunter, fuhr hinunter, fuhrt hinunter, hinuntergefahren)

Konjugationen für eraf rijden:

o.t.t.
  1. rijd eraf
  2. rijdt eraf
  3. rijdt eraf
  4. rijden eraf
  5. rijden eraf
  6. rijden eraf
o.v.t.
  1. reed eraf
  2. reed eraf
  3. reed eraf
  4. reden eraf
  5. reden eraf
  6. reden eraf
v.t.t.
  1. ben eraf gereden
  2. bent eraf gereden
  3. is eraf gereden
  4. zijn eraf gereden
  5. zijn eraf gereden
  6. zijn eraf gereden
v.v.t.
  1. was eraf gereden
  2. was eraf gereden
  3. was eraf gereden
  4. waren eraf gereden
  5. waren eraf gereden
  6. waren eraf gereden
o.t.t.t.
  1. zal eraf rijden
  2. zult eraf rijden
  3. zal eraf rijden
  4. zullen eraf rijden
  5. zullen eraf rijden
  6. zullen eraf rijden
o.v.t.t.
  1. zou eraf rijden
  2. zou eraf rijden
  3. zou eraf rijden
  4. zouden eraf rijden
  5. zouden eraf rijden
  6. zouden eraf rijden
diversen
  1. rijd eraf!
  2. rijdt eraf!
  3. eraf gereden
  4. eraf rijdend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für eraf rijden:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
hinunterfahren afrijden; eraf rijden; naar beneden rijden; omlaagrijden

Verwandte Übersetzungen für eraf rijden