Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. een pak slaag geven:


Niederländisch

Detailübersetzungen für een pak slaag geven (Niederländisch) ins Deutsch

een pak slaag geven:

een pak slaag geven Verb (geef een pak slaag, geeft een pak slaag, gaf een pak slaag, gaven een pak slaag, een pak slaag gegeven)

  1. een pak slaag geven (billekoek geven)
    zerfetzen; Schläge austeilen

Konjugationen für een pak slaag geven:

o.t.t.
  1. geef een pak slaag
  2. geeft een pak slaag
  3. geeft een pak slaag
  4. geven een pak slaag
  5. geven een pak slaag
  6. geven een pak slaag
o.v.t.
  1. gaf een pak slaag
  2. gaf een pak slaag
  3. gaf een pak slaag
  4. gaven een pak slaag
  5. gaven een pak slaag
  6. gaven een pak slaag
v.t.t.
  1. heb een pak slaag gegeven
  2. hebt een pak slaag gegeven
  3. heeft een pak slaag gegeven
  4. hebben een pak slaag gegeven
  5. hebben een pak slaag gegeven
  6. hebben een pak slaag gegeven
v.v.t.
  1. had een pak slaag gegeven
  2. had een pak slaag gegeven
  3. had een pak slaag gegeven
  4. hadden een pak slaag gegeven
  5. hadden een pak slaag gegeven
  6. hadden een pak slaag gegeven
o.t.t.t.
  1. zal een pak slaag geven
  2. zult een pak slaag geven
  3. zal een pak slaag geven
  4. zullen een pak slaag geven
  5. zullen een pak slaag geven
  6. zullen een pak slaag geven
o.v.t.t.
  1. zou een pak slaag geven
  2. zou een pak slaag geven
  3. zou een pak slaag geven
  4. zouden een pak slaag geven
  5. zouden een pak slaag geven
  6. zouden een pak slaag geven
diversen
  1. geef een pak slaag!
  2. geeft een pak slaag!
  3. een pak slaag gegeven
  4. een pak slaag gevend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für een pak slaag geven:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Schläge austeilen billekoek geven; een pak slaag geven
zerfetzen billekoek geven; een pak slaag geven aan flarden scheuren; ergens uitscheuren; kapot scheuren; verscheuren

Verwandte Übersetzungen für een pak slaag geven