Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. soezerig:


Niederländisch

Detailübersetzungen für soezerig (Niederländisch) ins Französisch

soezerig:

soezerig Adjektiv

  1. soezerig (doezelig; suf)
  2. soezerig (versuft; suf; geesteloos; )
    abruti; terne; étourdi; hébété

Übersetzung Matrix für soezerig:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
abruti domkop; dommerik; domoor; druiloor; flierefluiter; idioot; kalfskop; lanterfant; lanterfanter; lapzwans; leegloper; minkukel; oen; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; rund; schaapskop; schapenkop; slampamper; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sufferdje; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
abruti daas; doezelig; dof; geesteloos; mat; soezerig; suf; versuft verdoofd
endormi doezelig; soezerig; suf
hébété daas; doezelig; dof; geesteloos; mat; soezerig; suf; versuft absent; afwezig; duf; gedachteloos; met de mond vol tanden; met open mond; sprakeloos; suf; verbaasd; verbijsterd; verbluft; verstomd; verwonderd
somnolent doezelig; soezerig; suf dommelig; dromerig; lodderig; mijmerend; slaapdronken; slaperig; soezend; soezig; suffend; suffig; versuft
terne daas; dof; geesteloos; mat; soezerig; suf; versuft afstompend; beslagen; bleek; boosaardig; dof; dood; eentonig; eenvoudig; flauw; flets; flodderig; futloos; geestdodend; geesteloos; gemakkelijk; gematteerd; glansloos; grauw; grauwkleurig; grijs; lamlendig; levenloos; licht; lusteloos; makkelijk; mat; mistroostig; morsig; niet bezield; niet helder; niet moeilijk; niet uitbundig; onbezield; ongeanimeerd; overbluft; paf; perplex; ranzig; saai; simpel; slap; slobberig; slodderig; slonzig; slordig; smakeloos; smerig; somber; sprakeloos; stom; stomverbaasd; suf; triest; troosteloos; vaal; verschoten; vies; viezig; voddig; vreugdeloos; vuil; vunzig; zonder smaak; zwijgend
à moitié endormi doezelig; soezerig; suf soezig
étourdi daas; doezelig; dof; geesteloos; mat; soezerig; suf; versuft bedwelmd; draaierig; duizelig; gedachteloos; lichthoofdig; lichtzinnig; loszinnig; met de mond vol tanden; met open mond; onder invloed; sprakeloos; verbaasd; verbijsterd; verbluft; verdoofd; verstomd; verwonderd

Verwandte Wörter für "soezerig":

  • soezerige