Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. innig:
  2. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für innig (Niederländisch) ins Französisch

innig:

innig Adjektiv

  1. innig (diep; intens)
    profondément; creux; tendre; profond; sincère; tendrement
  2. innig (diepgevoeld)

Übersetzung Matrix für innig:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
creux gleuf; gootvormige decoratieve uitholling; holheid; holkeel; kuil; langwerpige uitholling; leegheid; opening; sleuf; uitholling; voosheid
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
tendre aangeven; aanreiken; geven; oprekken; opspannen; reiken; rekken; spannen; strak maken
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
creux diep; innig; intens blind; diep; diepliggend; hol; ingevallen; inhoudsloos; leeg; niet zien kunnend; nietszeggend
profond diep; innig; intens absoluut; degelijk; diep; diepgaand; diepgravend; diepliggend; diepzinnig; extremistische; grondig; helemaal; in het geheel; ingrijpend; laag; laag liggend; niet oppervlakkig; pijnlijk; radicale; totaal; volkomen; zeer
profondément diep; innig; intens degelijk; diep; diepgaand; diepgravend; diepliggend; diepzinnig; extremistische; grondig; helemaal; niet oppervlakkig; radicale; totaal; volkomen
senti profondément diepgevoeld; innig
sincère diep; innig; intens bedoeld; decent; echt; eerbaar; eerlijk; ernstig; fair; fatsoenlijk; fideel; gemeend; goedbedoeld; hartgrondig; manierlijk; menens; netjes; ongeveinsd; open; openhartig; oprecht; rechtdoorzee; rechtschapen; rondborstig; ronduit; serieus; trouwhartig; van harte; vol ernst; volmondig; waar; waarachtig; waarheidlievend; waarheidslievend; welgemeend; welvoeglijk; werkelijk; werkelijk menend
tendre diep; innig; intens breekbaar; broos; clement; delicaat; dun; fijn; fijngebouwd; fijngevoelig; fijnzinnig; fragiel; frèle; genadig; gevoelig; gevoelvol; goedhartig; iel; kwetsbaar; lichtgebouwd; liefderijk; liefdevol; liefhebbend; mak; mild; rank; sentimenteel; slank; teder; teer; teerbesnaard; teergevoelig; teerhartig; tenger; vergevingsgezind; verzoenend; weekhartig; welwillend; zacht; zacht aanvoelend; zachtaardig; zwak
tendrement diep; innig; intens breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; liefhebbend; teder; teer; tenger; zwak

Verwandte Wörter für "innig":

  • innigheid, inniger, innigere, innigst, innigste, innige

Wiktionary Übersetzungen für innig:

innig
adjective
  1. Qui est propre à ranimer le fonctionnement du cœur.
  2. profondément intérieur, en parlant surtout de ce qui fait l’essence réelle d’une chose.

Computerübersetzung von Drittern: