Übersicht
Niederländisch nach Spanisch:   mehr Daten
  1. toemoedigen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für toemoedigen (Niederländisch) ins Spanisch

toemoedigen:

toemoedigen Verb (moedig toe, moedigt toe, moedigde toe, moedigden toe, toegemoedigd)

  1. toemoedigen (aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren)

Konjugationen für toemoedigen:

o.t.t.
  1. moedig toe
  2. moedigt toe
  3. moedigt toe
  4. moedigen toe
  5. moedigen toe
  6. moedigen toe
o.v.t.
  1. moedigde toe
  2. moedigde toe
  3. moedigde toe
  4. moedigden toe
  5. moedigden toe
  6. moedigden toe
v.t.t.
  1. heb toegemoedigd
  2. hebt toegemoedigd
  3. heeft toegemoedigd
  4. hebben toegemoedigd
  5. hebben toegemoedigd
  6. hebben toegemoedigd
v.v.t.
  1. had toegemoedigd
  2. had toegemoedigd
  3. had toegemoedigd
  4. hadden toegemoedigd
  5. hadden toegemoedigd
  6. hadden toegemoedigd
o.t.t.t.
  1. zal toemoedigen
  2. zult toemoedigen
  3. zal toemoedigen
  4. zullen toemoedigen
  5. zullen toemoedigen
  6. zullen toemoedigen
o.v.t.t.
  1. zou toemoedigen
  2. zou toemoedigen
  3. zou toemoedigen
  4. zouden toemoedigen
  5. zouden toemoedigen
  6. zouden toemoedigen
en verder
  1. ben toegemoedigd
  2. bent toegemoedigd
  3. is toegemoedigd
  4. zijn toegemoedigd
  5. zijn toegemoedigd
  6. zijn toegemoedigd
diversen
  1. moedig toe!
  2. moedigt toe!
  3. toegemoedigd
  4. toemoedigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für toemoedigen:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
animar aanmoedigen; aansporen; aanvuren; aanzetten; prikkel; stimuleren; toejuichen
estimular aanmoedigen; aansporen; aanvuren; aanzetten; instigeren; opwekken; prikkel; stimuleren; toejuichen
incitar aanslingeren; aanzwengelen
instigar instigeren; opwekken
provocar aanrichten; provoceren; treiteren; uitlokken
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
aclamar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen bejubelen; ovatie brengen; toejuichen
alentar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aandrijven; aanmoedigen; aansporen; aanvuren; bemoedigen; bezielen; moed inspreken; motiveren; opbeuren; opkrikken; opwekken; prikkelen; stimuleren; toejuichen
animar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aanblazen; aandrijven; aanjagen; aanleiding geven tot; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; activeren; animeren; bemoedigen; bezielen; blij maken; doen opvlammen; een inspirerende werking hebben; fleurig maken; iemand motiveren; iemand opstoken; inspireren; instigeren; motiveren; opbeuren; opfleuren; opfokken; ophitsen; opjutten; opkalefateren; opknappen; opkrikken; oplappen; opleven; opmonteren; oppeppen; opruien; opstoken; opvijzelen; opvrolijken; opwekken; opzetten; poken; porren; prikkelen; provoceren; reanimeren; stimuleren; toejuichen; tot leven wekken; uitdagen; uitlokken; verkwikken; verlevendigen; vrolijker worden
aplaudir aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen applaudisseren; bejubelen; klappen; ovatie brengen; toejuichen
envalentonar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; bezielen; opbeuren; toejuichen
estimular aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aandrijven; aanjagen; aanleiding geven tot; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; bezielen; iemand motiveren; instigeren; motiveren; opfokken; ophitsen; opjutten; opkrikken; oppoken; opporren; opruien; opstoken; opwekken; opwinden; poken; porren; prikkelen; provoceren; stimuleren; toejuichen; uitdagen; uitlokken; vooruitschoppen
incitar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aanblazen; aandrijven; aanjagen; aanleiding geven tot; aanmoedigen; aanpoten; aansporen; aanstoken; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; haast maken; haasten; iemand motiveren; iemand opstoken; iets aanstoken; ijlen; instigeren; jagen; motiveren; opfokken; ophitsen; opjutten; opkrikken; oppoken; opporren; opruien; opstoken; opwekken; opwinden; opzetten; overhaasten; poken; porren; prikkelen; provoceren; spoeden; stimuleren; stoken; uitdagen; uitlokken; voortmaken; zich spoeden
instigar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aanblazen; aanjagen; aanleiding geven tot; aanpoten; aansporen; aanstoken; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; haast maken; haasten; herinneren; iets aanstoken; ijlen; in herinnering brengen; instigeren; jachten; jagen; jakkeren; manen; memoreren; met aandrang herinneren; motiveren; opfokken; ophitsen; opjutten; oppoken; opporren; opruien; opschieten; opstoken; overhaasten; poken; porren; provoceren; rappelleren; reppen; snellen; spoeden; stimuleren; stoken; uitdagen; uitlokken; vliegen; voortmaken; zich haasten; zich spoeden
provocar aanmoedigen; aanvuren; bemoedigen; stimuleren; toemoedigen aandoen; aanjagen; aanleiding geven tot; aanmoedigen; aanrichten; aansporen; aanstichten; aanwakkeren; aanzetten tot; activeren; adviseren; berokkenen; bezielen; iets aanraden; influisteren; ingeven; instigeren; jennen; koeioneren; kwellen; motiveren; narren; ontlokken; ophitsen; opjutten; oppeppen; oppoken; opporren; opwekken; pesten; plagen; porren; provoceren; raden; sarren; souffleren; stangen; stimuleren; suggereren; tarten; tergen; teweegbrengen; treiteren; uitdagen; uitklokken; uitlokken; veroorzaken; verwekken; wegpesten; zieken