Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. scherp zetten:


Niederländisch

Detailübersetzungen für scherp zetten (Niederländisch) ins Deutsch

scherp zetten:

scherp zetten Verb (zet scherp, zette scherp, zetten scherp, scherp gezet)

  1. scherp zetten (focussen; scherp stellen)

Konjugationen für scherp zetten:

o.t.t.
  1. zet scherp
  2. zet scherp
  3. zet scherp
  4. zetten scherp
  5. zetten scherp
  6. zetten scherp
o.v.t.
  1. zette scherp
  2. zette scherp
  3. zette scherp
  4. zetten scherp
  5. zetten scherp
  6. zetten scherp
v.t.t.
  1. heb scherp gezet
  2. hebt scherp gezet
  3. heeft scherp gezet
  4. hebben scherp gezet
  5. hebben scherp gezet
  6. hebben scherp gezet
v.v.t.
  1. had scherp gezet
  2. had scherp gezet
  3. had scherp gezet
  4. hadden scherp gezet
  5. hadden scherp gezet
  6. hadden scherp gezet
o.t.t.t.
  1. zal scherp zetten
  2. zult scherp zetten
  3. zal scherp zetten
  4. zullen scherp zetten
  5. zullen scherp zetten
  6. zullen scherp zetten
o.v.t.t.
  1. zou scherp zetten
  2. zou scherp zetten
  3. zou scherp zetten
  4. zouden scherp zetten
  5. zouden scherp zetten
  6. zouden scherp zetten
en verder
  1. ben scherp gezet
  2. bent scherp gezet
  3. is scherp gezet
  4. zijn scherp gezet
  5. zijn scherp gezet
  6. zijn scherp gezet
diversen
  1. zet scherp!
  2. zet scherp!
  3. scherp gezet
  4. scherp zettend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für scherp zetten:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
scharf stellen focussen; scherp stellen; scherp zetten

Verwandte Übersetzungen für scherp zetten