Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. ontvangstbewijs:


Niederländisch

Detailübersetzungen für ontvangstbewijs (Niederländisch) ins Deutsch

ontvangstbewijs:

ontvangstbewijs [het ~] Nomen

  1. het ontvangstbewijs (reçu)
    der Lieferschein; der Empfangsschein; der Überweisungsschein; der Schein; der Zettel; der Abschnitt; der Kassenbon; der Kassenschein

Übersetzung Matrix für ontvangstbewijs:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Abschnitt ontvangstbewijs; reçu aandeel; afdeling; afmeting; alinea; bon; coupon; coupure; deel; divisie; lap; lid; maat; paragraaf; part; periode; presentatiesectie; sectie; segment; stuk stof; termijn; tijdsbestek; tijdsbestek van een uur; tijdsduur; tijdsruimte; trap; trapje; uur
Empfangsschein ontvangstbewijs; reçu bewijs van ontvangst; bon; kwijting; kwitantie; reçu; stortingsbewijs
Kassenbon ontvangstbewijs; reçu kassabon; kwijting; kwitantie
Kassenschein ontvangstbewijs; reçu bon; coupon; kassabon; kwijting; kwitantie
Lieferschein ontvangstbewijs; reçu pakbon; volgbriefje
Schein ontvangstbewijs; reçu acte; akte; bewijsstuk; bon; coupon; façade; glans; glimp; gloed; schijn; schijnsel; schijnvertoning; straling; vleug; vleugje
Zettel ontvangstbewijs; reçu blaadje; bon; brochure; coupon; fiche; gekreukt papiertje; kladje; pamflet; papiertje; vlugschrift
Überweisungsschein ontvangstbewijs; reçu bon; reçu; stortingsbewijs

Verwandte Wörter für "ontvangstbewijs":

  • ontvangstbewijzen