Übersicht
Niederländisch nach Deutsch:   mehr Daten
  1. onderdeeltje:
  2. onderdeel:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für onderdeeltje (Niederländisch) ins Deutsch

onderdeeltje:


onderdeeltje form of onderdeel:

onderdeel [het ~] Nomen

  1. het onderdeel (basisbestanddeel; component; deel; )
    Stück; Teil; der Bestandteil; Element; Segment; der Anteil; Teilchen
  2. het onderdeel
    Ersatzteil
  3. het onderdeel

Übersetzung Matrix für onderdeel:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Anteil basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aandeel; band; bijdrage; boekdeel; contributie; deel; deelname; deelneming; erfdeel; erfenis; fractie; gedeelte; groeifonds; inbreng; lidmaatschapsgeld; part; participatie; portie; stuk; vennootschapsaandeel; volume; wat iemand erft
Bestandteil basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk ledemaat; lichaamsdeel; lidmaat
Element basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk Outlook-item; dimensielid; element; factor; item; lid
Ersatzteil onderdeel reservedeel; reserveonderdeel; vervangstuk
Segment basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk deel; fractie; gedeelte; part; rekeningcodesegment; segment; stuk
Stück basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aandeel; bijdrage; bon; brok; brokje; coupon; deel; deeltje; drama; fractie; gedeelte; inbreng; kleine brok; klont; lap; moot; onderdeeltje; part; plak; schouwspel; segment; stuk; stuk stof; suikerklontje; toneelstuk; tranche
Teil basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk aandeel; bouwwerk; deel; deeltje; fractie; gebouw; gedeelte; ledematen; lichaamsdelen; onderdeeltje; pand; part; portie; segment; stuk
Teilchen basisbestanddeel; bestanddeel; component; deel; element; fractie; ingrediënt; onderdeel; stuk deel; deeltje; fractie; gedeelte; onderdeeltje; part; stuk
Not SpecifiedVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
Komponente onderdeel

Verwandte Wörter für "onderdeel":


Wiktionary Übersetzungen für onderdeel:

onderdeel
noun
  1. deel van een groter geheel
onderdeel
noun
  1. oft im Zusammenhang mit leblosen Gegenständen: ein Element, Stück eines Ganzen

Cross Translation:
FromToVia
onderdeel Komponente component — smaller, self-contained part of larger entity
onderdeel Stück piece — part of a larger whole
onderdeel Partie partieportion d’un tout, morceau d’un ensemble.