Übersicht
Englisch nach Niederländisch:   mehr Daten
  1. roof:
  2. Wiktionary:
Niederländisch nach Englisch:   mehr Daten
  1. roof:
  2. roven:
  3. Wiktionary:


Englisch

Detailübersetzungen für roof (Englisch) ins Niederländisch

roof:

roof [the ~] Nomen

  1. the roof (cover up roof; covering; cover; roofing over; top)
    het dak; de overdekking; afdekkap; de koepel; de kap; de overkapping

Übersetzung Matrix für roof:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
afdekkap cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top
dak cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top
kap cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top cap; casque; hood; wimple
koepel cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top archway; armour-plated cupola; ceiling; cupola; dome; vault
overdekking cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top cover; covering
overkapping cover; cover up roof; covering; roof; roofing over; top
- cap; ceiling
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
van een dak voorzien roof

Verwandte Wörter für "roof":


Synonyms for "roof":


Verwandte Definitionen für "roof":

  1. a protective covering that covers or forms the top of a building1
  2. protective covering on top of a motor vehicle1
  3. an upper limit on what is allowed1
    • there was a roof on salaries1
  4. the inner top surface of a covered area or hollow space1
    • the roof of the cave was very high1
    • I could see the roof of the bear's mouth1
  5. provide a building with a roof; cover a building with a roof1

Wiktionary Übersetzungen für roof:

roof
noun
  1. the cover at the top of a building
  2. the upper part of a cavity
roof
noun
  1. het deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
  2. de afdekking van een gebouw

Cross Translation:
FromToVia
roof dak Dach — Abdeckung eines Hauses, eines Fahrzeugs oder eines Zeltes
roof dak; overkapping; kap toit — Couverture d’un immeuble (1):

Verwandte Übersetzungen für roof



Niederländisch

Detailübersetzungen für roof (Niederländisch) ins Englisch

roof:

roof [de ~ (m)] Nomen

  1. de roof (beroving)
    the robbery; the despoilment; the deprivation; the stripping
  2. de roof (wondkorst; korst)
    the scab
    • scab [the ~] Nomen

Übersetzung Matrix für roof:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
deprivation beroving; roof nooddruft; ontbering; ontnemen
despoilment beroving; roof
robbery beroving; roof diefstal; kraak; ontvreemding; wederrechtelijke bewoning
scab korst; roof; wondkorst korstje; loonbederver; loondrukker; onderkruiper; schurft; werkwillige
stripping beroving; roof

Verwandte Wörter für "roof":


Wiktionary Übersetzungen für roof:

roof
noun
  1. seizure of someone's property by force
  2. the act of stealing

Cross Translation:
FromToVia
roof deprivation; robbery; predation Raub — das gewaltsame wegnehmen, das rauben

roof form of roven:

roven Verb (roof, rooft, roofde, roofden, geroofd)

  1. roven (plunderen; leegplunderen; uitplunderen)
    to plunder; to loot; to pillage; to raid
    • plunder Verb (plunders, plundered, plundering)
    • loot Verb (loots, looted, looting)
    • pillage Verb (pillages, pillaged, pillaging)
    • raid Verb (raids, raided, raiding)
  2. roven (stelen; pikken; verdonkeremanen; )
    to expropriate; to snitch; to steal; to rob; to purloin; to take; to take away; to swipe; to pinch; to snatch; to make off with; to filch; to pilfer; cadge; to collar; to nick; to go thieving
    • expropriate Verb (expropriates, expropriated, expropriating)
    • snitch Verb (snitches, snitched, snitching)
    • steal Verb (steals, stole, stealing)
    • rob Verb (robs, robbed, robbing)
    • purloin Verb (purloins, purloined, purloining)
    • take Verb (takes, took, taking)
    • take away Verb (takes away, took away, taking away)
    • swipe Verb (swipes, swiped, swiping)
    • pinch Verb (pinches, pinched, pincing)
    • snatch Verb (snatchs, snatched, snatching)
    • make off with Verb (makes off with, made off with, making off with)
    • filch Verb (filches, filched, filching)
    • pilfer Verb (pilfers, pilfered, pilfering)
    • cadge Verb
    • collar Verb (collars, collared, collaring)
    • nick Verb (nicks, nicked, nicking)
    • go thieving Verb (goes thieving, went thieving, going thieving)
  3. roven (beroven)
    to snatch; to rob; to plunder
    • snatch Verb (snatchs, snatched, snatching)
    • rob Verb (robs, robbed, robbing)
    • plunder Verb (plunders, plundered, plundering)

Konjugationen für roven:

o.t.t.
  1. roof
  2. rooft
  3. rooft
  4. roven
  5. roven
  6. roven
o.v.t.
  1. roofde
  2. roofde
  3. roofde
  4. roofden
  5. roofden
  6. roofden
v.t.t.
  1. heb geroofd
  2. hebt geroofd
  3. heeft geroofd
  4. hebben geroofd
  5. hebben geroofd
  6. hebben geroofd
v.v.t.
  1. had geroofd
  2. had geroofd
  3. had geroofd
  4. hadden geroofd
  5. hadden geroofd
  6. hadden geroofd
o.t.t.t.
  1. zal roven
  2. zult roven
  3. zal roven
  4. zullen roven
  5. zullen roven
  6. zullen roven
o.v.t.t.
  1. zou roven
  2. zou roven
  3. zou roven
  4. zouden roven
  5. zouden roven
  6. zouden roven
diversen
  1. roof!
  2. rooft!
  3. geroofd
  4. rovend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

roven [de ~] Nomen, Plural

  1. de roven (wondkorsten; korsten)
    the crusts

Übersetzung Matrix für roven:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
collar boord; boordje; gareel; halsband; halskraag; harnas; kraag; kraagje; leiband; toom; tuig
crusts korsten; roven; wondkorsten
loot buit; poet; vangst
nick inkeping; inkerving; keep; kerf; kerfsnede
pinch afsnoepen; kneep; knijpbeweging; knijpen
raid aanval; attaque; bestorming; inval; invasie; klopjacht; offensief; overval; razzia; rooftocht; run; stormaanval; stormloop; strooptocht
snitch snufferd
steal afsnoepen
swipe handslag
take baat; gewin; profijt; winst
VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
cadge achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken afbedelen; afpakken; aftroggelen; bietsen; gappen; grissen; inpikken; klaplopen; ontfutselen; op iemands zak teren; parasiteren; pikken; schooieren
collar achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken
expropriate achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken onteigenen
filch achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken
go thieving achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken afnemen; dalen; declineren; minder worden; minderen; tanen; teruggaan; verminderen; vervallen
loot leegplunderen; plunderen; roven; uitplunderen leegplunderen; leegroven; leegstelen; plunderen
make off with achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken gappen; snaaien; stelen; weggraaien; wegpikken
nick achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achterhouden; achteroverdrukken; creneleren; gappen; inpikken; insnijden; jatten; ontvreemden; pikken; stelen; verdonkeremanen; verduisteren; vervreemden; wegfutselen; wegkapen; wegpikken
pilfer achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achteroverdrukken; afpakken; aftroggelen; bietsen; gappen; graaien; grijpen; grissen; inpikken; jatten; ontfutselen; ontvreemden; pikken; snaaien; stelen; verdonkeremanen; vervreemden; weggraaien; wegkapen; wegpikken
pillage leegplunderen; plunderen; roven; uitplunderen
pinch achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achterhouden; achteroverdrukken; afpakken; aftroggelen; bietsen; drukken; gappen; grissen; inpikken; jatten; knellen; ontfutselen; ontvreemden; pikken; stelen; strak zitten; vastknijpen; verdonkeremanen; verduisteren; vervreemden; wegfutselen; wegkapen; wegpikken
plunder beroven; leegplunderen; plunderen; roven; uitplunderen
purloin achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken
raid leegplunderen; plunderen; roven; uitplunderen aanvallen; attaqueren; belegeren; bestormen; overvallen
rob achteroverdrukken; afnemen; benemen; beroven; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken beroven; bestelen; binnen breken; een inbraak doen; inbreken; ladelichten; overrompelen; overvallen
snatch achteroverdrukken; afnemen; benemen; beroven; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken afpakken; aftroggelen; betrappen; bietsen; gappen; graaien; grijpen; grissen; inpikken; jatten; ontfutselen; pikken; snaaien; snappen; wegkapen; wegrukken
snitch achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achterhouden; achteroverdrukken; gappen; inpikken; jatten; ontvreemden; pikken; stelen; verdonkeremanen; verduisteren; vervreemden; wegfutselen; wegkapen; wegpikken
steal achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achterhouden; achteroverdrukken; afsnoepen; floepen; gappen; glippen; inpikken; jatten; ontstelen; ontvreemden; pikken; snaaien; stelen; verdonkeremanen; verduisteren; vervreemden; wegfutselen; wegglippen; weggraaien; wegkapen; wegpikken
swipe achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken achteroverdrukken; doorhalen; gappen; inpikken; jatten; ontvreemden; pikken; snel bewegen; stelen; verdonkeremanen; vervreemden; wegkapen; wegpikken
take achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken aangrijpen; aannemen; aanpakken; aanvaarden; aanwenden; accepteren; afhalen; afnemen; benutten; bezetten; bezigen; cadeau aannemen; gebruik maken van; gebruiken; grijpen; hanteren; ingrijpen; innemen; medicijn innemen; meenemen; naartoe brengen; nemen; ophalen; pakken; toegrijpen; toepassen; toetasten; utiliseren; verstouwen; verstuwen; weghalen; wegnemen; zich bedienen
take away achteroverdrukken; afnemen; benemen; gappen; inpikken; jatten; kapen; leegstelen; ontfutselen; ontnemen; ontvreemden; pikken; plunderen; roven; snaaien; stelen; toeëigenen; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; vervreemden; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken afhalen; afnemen; afvoeren; dalen; declineren; meedragen; meenemen; minder worden; minderen; ophalen; tanen; teruggaan; verminderen; vervallen; wegdragen; weghalen; wegnemen; wegsjouwen; wegslepen; wegvoeren
ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
filch afhandig

Verwandte Wörter für "roven":


Wiktionary Übersetzungen für roven:

roven
verb
  1. intransitive: to move about in roving fashion looking for plunder
  2. to take by force or wrongfully
  3. to commit robbery or looting (intransitive)
  4. -

Cross Translation:
FromToVia
roven ravish; charm; bewitch; dazzle; fascinate; thrill; delight; plunder; rob; loot; kidnap; abduct; steal ravirenlever de force, emporter avec violence.