Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. opwaarderen:


Niederländisch

Detailübersetzungen für opwaarderen (Niederländisch) ins Französisch

opwaarderen:

opwaarderen Verb (opwaardeer, opwaardeert, opwaardeerde, opwaardeerden, opgewaardeerd)

  1. opwaarderen (in waarde verhogen)
    revaloriser; réévaluer
    • revaloriser Verb (revalorise, revalorises, revalorisons, revalorisez, )
    • réévaluer Verb (réévalue, réévalues, réévaluons, réévaluez, )

Konjugationen für opwaarderen:

o.t.t.
  1. opwaardeer
  2. opwaardeert
  3. opwaardeert
  4. opwaarderen
  5. opwaarderen
  6. opwaarderen
o.v.t.
  1. opwaardeerde
  2. opwaardeerde
  3. opwaardeerde
  4. opwaardeerden
  5. opwaardeerden
  6. opwaardeerden
v.t.t.
  1. heb opgewaardeerd
  2. hebt opgewaardeerd
  3. heeft opgewaardeerd
  4. hebben opgewaardeerd
  5. hebben opgewaardeerd
  6. hebben opgewaardeerd
v.v.t.
  1. had opgewaardeerd
  2. had opgewaardeerd
  3. had opgewaardeerd
  4. hadden opgewaardeerd
  5. hadden opgewaardeerd
  6. hadden opgewaardeerd
o.t.t.t.
  1. zal opwaarderen
  2. zult opwaarderen
  3. zal opwaarderen
  4. zullen opwaarderen
  5. zullen opwaarderen
  6. zullen opwaarderen
o.v.t.t.
  1. zou opwaarderen
  2. zou opwaarderen
  3. zou opwaarderen
  4. zouden opwaarderen
  5. zouden opwaarderen
  6. zouden opwaarderen
en verder
  1. ben opgewaardeerd
  2. bent opgewaardeerd
  3. is opgewaardeerd
  4. zijn opgewaardeerd
  5. zijn opgewaardeerd
  6. zijn opgewaardeerd
diversen
  1. opwaardeer!
  2. opwaardeert!
  3. opgewaardeerd
  4. opwaarderend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für opwaarderen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
revaloriser in waarde verhogen; opwaarderen
réévaluer in waarde verhogen; opwaarderen hertaxeren; herwaarderen; revalueren