Niederländisch
Detailübersetzungen für toepassen von Niederländische ins Französisch
toepassen:
-
toepassen (benutten; gebruiken; aanwenden; aangrijpen)
utiliser; employer; appliquer; engager; faire usage de; prendre en service; consacrer-
utiliser Verb
-
employer Verb
-
appliquer Verb
-
engager Verb
-
faire usage de Verb
-
prendre en service Verb
-
consacrer Verb
-
-
toepassen (gebruik maken van; gebruiken; benutten; aanwenden)
utiliser; faire usage de; user; user de; employer; se servir de-
utiliser Verb
-
faire usage de Verb
-
user Verb
-
user de Verb
-
employer Verb
-
se servir de Verb
-
-
toepassen (bezigen; gebruiken; aanwenden)
-
toepassen
Conjugations for toepassen:
o.t.t.
- pas toe
- past toe
- past toe
- passen toe
- passen toe
- passen toe
o.v.t.
- paste toe
- paste toe
- paste toe
- pasten toe
- pasten toe
- pasten toe
v.t.t.
- heb toegepast
- hebt toegepast
- heeft toegepast
- hebben toegepast
- hebben toegepast
- hebben toegepast
v.v.t.
- had toegepast
- had toegepast
- had toegepast
- hadden toegepast
- hadden toegepast
- hadden toegepast
o.t.t.t.
- zal toepassen
- zult toepassen
- zal toepassen
- zullen toepassen
- zullen toepassen
- zullen toepassen
o.v.t.t.
- zou toepassen
- zou toepassen
- zou toepassen
- zouden toepassen
- zouden toepassen
- zouden toepassen
en verder
- ben toegepast
- bent toegepast
- is toegepast
- zijn toegepast
- zijn toegepast
- zijn toegepast
diversen
- pas toe!
- past toe!
- toegepast
- toepassend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Synonyms for "toepassen":
Related Definitions for "toepassen":
Computerübersetzung von Drittern:
Images: