Inhalt
Niederländisch nach Französisch: mehr Daten
-
ondersteunen:
- soutenir; étayer; appuyer; consolider; boiser; épauler; arc-bouter; fortifier; aider; assister; prêter son aide; tendre la main; seconder; rendre service; secourir; être au service de; venir en aide de; servir; dépanner; être utile à; être serviable; soigner; montrer de l'obligeance; porter; étançonner; porter avec effort; soulager; consoler; réconforter; remonter le moral; apaiser; collaborer
Niederländisch
Detailübersetzungen für ondersteunen von Niederländische ins Französisch
ondersteunen:
-
ondersteunen (stutten; steunen; schoren; dragen; schragen)
soutenir; étayer; appuyer; consolider; boiser; épauler; arc-bouter; fortifier-
soutenir Verb
-
étayer Verb
-
appuyer Verb
-
consolider Verb
-
boiser Verb
-
épauler Verb
-
arc-bouter Verb
-
fortifier Verb
-
-
ondersteunen (helpen; assisteren; seconderen; bijstaan; bijspringen; weldoen)
aider; assister; prêter son aide; tendre la main; seconder; rendre service; secourir; être au service de; venir en aide de; servir; dépanner; être utile à; être serviable; soigner; montrer de l'obligeance-
aider Verb
-
assister Verb
-
prêter son aide Verb
-
tendre la main Verb
-
seconder Verb
-
rendre service Verb
-
secourir Verb
-
être au service de Verb
-
venir en aide de Verb
-
servir Verb
-
dépanner Verb
-
être utile à Verb
-
être serviable Verb
-
soigner Verb
-
-
ondersteunen (steunen; rugsteunen)
soutenir; appuyer; porter; fortifier; étayer; épauler; étançonner; porter avec effort-
soutenir Verb
-
appuyer Verb
-
porter Verb
-
fortifier Verb
-
étayer Verb
-
épauler Verb
-
étançonner Verb
-
porter avec effort Verb
-
-
ondersteunen (troosten; bemoedigen; vertroosten; opbeuren)
appuyer; soutenir; soulager; consoler; réconforter; remonter le moral; apaiser; aider; collaborer-
appuyer Verb
-
soutenir Verb
-
soulager Verb
-
consoler Verb
-
réconforter Verb
-
remonter le moral Verb
-
apaiser Verb
-
aider Verb
-
collaborer Verb
-
Conjugations for ondersteunen:
o.t.t.
- ondersteun
- ondersteunt
- ondersteunt
- ondersteunen
- ondersteunen
- ondersteunen
o.v.t.
- ondersteunde
- ondersteunde
- ondersteunde
- ondersteunden
- ondersteunden
- ondersteunden
v.t.t.
- heb ondersteund
- hebt ondersteund
- heeft ondersteund
- hebben ondersteund
- hebben ondersteund
- hebben ondersteund
v.v.t.
- had ondersteund
- had ondersteund
- had ondersteund
- hadden ondersteund
- hadden ondersteund
- hadden ondersteund
o.t.t.t.
- zal ondersteunen
- zult ondersteunen
- zal ondersteunen
- zullen ondersteunen
- zullen ondersteunen
- zullen ondersteunen
o.v.t.t.
- zou ondersteunen
- zou ondersteunen
- zou ondersteunen
- zouden ondersteunen
- zouden ondersteunen
- zouden ondersteunen
en verder
- ben ondersteund
- bent ondersteund
- is ondersteund
- zijn ondersteund
- zijn ondersteund
- zijn ondersteund
diversen
- ondersteun!
- ondersteunt!
- ondersteund
- ondersteunend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Computerübersetzung von Drittern:
Images: