Niederländisch
Detailübersetzungen für inzet von Niederländische ins Spanisch
inzet:
-
de inzet (doeleinde; doel; streven)
-
de inzet (aanwending; toepassing; gebruik)
-
de inzet (speelgeld; poule; pot)
-
de inzet (toewijding; devotie; overgave; toegewijdheid; trouw; zorgzaamheid; genegenheid; ijver)
-
de inzet (aanvang; begin; opening; start)
Related Words for "inzet":
Related Definitions for "inzet":
inzetten:
-
inzetten (speelgeld inzetten)
-
inzetten (verwedden; wedden)
-
inzetten (inzet tonen)
hacer su puesta; esforzarse; insertar; rendir; iniciar-
hacer su puesta Verb
-
esforzarse Verb
-
insertar Verb
-
rendir Verb
-
iniciar Verb
-
-
inzetten (op gang komen; beginnen; intreden)
Conjugations for inzetten:
o.t.t.
- zet in
- zet in
- zet in
- zetten in
- zetten in
- zetten in
o.v.t.
- zette in
- zette in
- zette in
- zetten in
- zetten in
- zetten in
v.t.t.
- heb ingezet
- hebt ingezet
- heeft ingezet
- hebben ingezet
- hebben ingezet
- hebben ingezet
v.v.t.
- had ingezet
- had ingezet
- had ingezet
- hadden ingezet
- hadden ingezet
- hadden ingezet
o.t.t.t.
- zal inzetten
- zult inzetten
- zal inzetten
- zullen inzetten
- zullen inzetten
- zullen inzetten
o.v.t.t.
- zou inzetten
- zou inzetten
- zou inzetten
- zouden inzetten
- zouden inzetten
- zouden inzetten
en verder
- ben ingezet
- bent ingezet
- is ingezet
- zijn ingezet
- zijn ingezet
- zijn ingezet
diversen
- zet in!
- zet in!
- ingezet
- inzettend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
de inzetten (geld inzetten)
-
de inzetten
-
het inzetten (aanheffen)
Related Words for "inzetten":
Computerübersetzung von Drittern:
Images: