Inhalt
Niederländisch nach Spanisch:   mehr Daten
  1. banen:
  2. ban:

Remove Ads

Niederländisch

Detailübersetzungen für banen von Niederländische ins Spanisch

banen:

banen Verb (baan, baant, baande, baanden, gebaand)

  1. banen (vrijmaken; bevrijden; emanciperen; vrijvechten; verlossen)

Conjugations for banen:

o.t.t.
  1. baan
  2. baant
  3. baant
  4. banen
  5. banen
  6. banen
o.v.t.
  1. baande
  2. baande
  3. baande
  4. baanden
  5. baanden
  6. baanden
v.t.t.
  1. heb gebaand
  2. hebt gebaand
  3. heeft gebaand
  4. hebben gebaand
  5. hebben gebaand
  6. hebben gebaand
v.v.t.
  1. had gebaand
  2. had gebaand
  3. had gebaand
  4. hadden gebaand
  5. hadden gebaand
  6. hadden gebaand
o.t.t.t.
  1. zal banen
  2. zult banen
  3. zal banen
  4. zullen banen
  5. zullen banen
  6. zullen banen
o.v.t.t.
  1. zou banen
  2. zou banen
  3. zou banen
  4. zouden banen
  5. zouden banen
  6. zouden banen
diversen
  1. baan!
  2. baant!
  3. gebaand
  4. banende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Related Words for "banen":


banen form of ban:

ban [de ~ (m)] Nomen

  1. de ban (kerkban)
    la excomunión; el destierro; el anatema; el boicoteo
  2. de ban (betoverende invloed)
    el encantamiento

Related Words for "ban":


Computerübersetzung von Drittern:
Images:

Related Translations for banen



Remove Ads

Remove Ads