Remove Ads

Niederländisch

Detailübersetzungen für afzet von Niederländische ins Spanisch

afzet:

afzet [de ~ (m)] Nomen

  1. de afzet (omzet; verkoop)
    el volumen de ventas; la venta; el volumen de negocios

Related Words for "afzet":


afzet form of afzetten:

afzetten Verb (zet af, zette af, zetten af, afgezet)

  1. afzetten (besodemieteren; misleiden; bedriegen; )
  2. afzetten (bedotten; tillen)
  3. afzetten
    sacar; timar
  4. afzetten (afpalen; begrenzen; afbakenen; omlijnen)
  5. afzetten (omranden)
  6. afzetten (ergens loslaten; droppen)
    dejar
  7. afzetten (laten uitstappen)
  8. afzetten (stilzetten; stoppen; tot stilstand brengen)
  9. afzetten (uitschakelen; uitmaken; uitzetten; uitdoen)
  10. afzetten (amputeren)
  11. afzetten (bedrogen worden; oplichten; flessen)

Conjugations for afzetten:

o.t.t.
  1. zet af
  2. zet af
  3. zet af
  4. zetten af
  5. zetten af
  6. zetten af
o.v.t.
  1. zette af
  2. zette af
  3. zette af
  4. zetten af
  5. zetten af
  6. zetten af
v.t.t.
  1. heb afgezet
  2. hebt afgezet
  3. heeft afgezet
  4. hebben afgezet
  5. hebben afgezet
  6. hebben afgezet
v.v.t.
  1. had afgezet
  2. had afgezet
  3. had afgezet
  4. hadden afgezet
  5. hadden afgezet
  6. hadden afgezet
o.t.t.t.
  1. zal afzetten
  2. zult afzetten
  3. zal afzetten
  4. zullen afzetten
  5. zullen afzetten
  6. zullen afzetten
o.v.t.t.
  1. zou afzetten
  2. zou afzetten
  3. zou afzetten
  4. zouden afzetten
  5. zouden afzetten
  6. zouden afzetten
diversen
  1. zet af!
  2. zet af!
  3. afgezet
  4. afzettende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

afzetten [znw.] Nomen

  1. afzetten (amputeren; wegnemen; amputatie)
    el amputar; el quitar; el extirpar

Related Words for "afzetten":


Computerübersetzung von Drittern:
Images:


Remove Ads

Remove Ads