Niederländisch
Detailübersetzungen für wagen von Niederländische ins Englisch
wagen:
Conjugations for wagen:
o.t.t.
- waag
- waagt
- waagt
- wagen
- wagen
- wagen
o.v.t.
- waagde
- waagde
- waagde
- waagden
- waagden
- waagden
v.t.t.
- heb gewaagd
- hebt gewaagd
- heeft gewaagd
- hebben gewaagd
- hebben gewaagd
- hebben gewaagd
v.v.t.
- had gewaagd
- had gewaagd
- had gewaagd
- hadden gewaagd
- hadden gewaagd
- hadden gewaagd
o.t.t.t.
- zal wagen
- zult wagen
- zal wagen
- zullen wagen
- zullen wagen
- zullen wagen
o.v.t.t.
- zou wagen
- zou wagen
- zou wagen
- zouden wagen
- zouden wagen
- zouden wagen
diversen
- waag!
- waagt!
- gewaagd
- wagend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
de wagen (auto; vehikel; kar)
the car; the auto– a motor vehicle with four wheels; usually propelled by an internal combustion engine 1the automobile -
de wagen (paardenwagen)
the horse cart -
de wagen (durven)
-
de wagen (vehikel; voertuig; rijtuig; kar)
Related Words for "wagen":
Synonyms for "wagen":
Antonyms for "wagen":
Related Definitions for "wagen":
wagen form of waag:
-
de waag (weegschaal; bascule; balans)
the weighing machine; the balance; the scales; the weigh-beam; the steelyard; the weighhouse; the weighing-house; the weigh-house -
de waag (weegbrug)
-
de waag (weeghuis)
Related Words for "waag":
Computerübersetzung von Drittern:
Images: