Inhalt
Niederländisch nach Englisch:   mehr Daten
  1. arm:

Remove Ads

Niederländisch

Detailübersetzungen für arm von Niederländische ins Englisch

arm:

arm [de ~ (m)] Nomen

  1. de arm (armleuning)
    the arm; the elbow-rest

Related Words for "arm":

  • armen, armer, armere, armst, armste, arme

Synonyms for "arm":


Antonyms for "arm":


Related Definitions for "arm":

  1. deel van een ding dat iets pakt of draagt1
    • deze kandelaar heeft vier armen1
  2. lichaamsdeel van hand tot schouder1
    • Anita heeft haar arm gebroken1
  3. wie weinig heeft1
    • ik heb al mijn geld uitgegeven: ik ben arm1
  4. met wie je medelijden hebt1
    • die arme jongen heeft het zwaar bij zijn opstandige vrouw1

Computerübersetzung von Drittern:
Images:



Remove Ads