Niederländisch
Detailübersetzungen für zin von Niederländische ins Deutsch
zin:
-
de zin (zegswijze; uitdrukking; frase; gezegde)
-
de zin (doel; nut)
-
de zin (zin taalkundig)
-
de zin (waarde; betekenis; belang)
-
de zin (geboeidheid; interesse; belangstelling; animo; fascinatie)
-
de zin (eetlust; lust; trek)
-
de zin (geilheid; opgewondenheid; hitsigheid; lust)
-
de zin (zin om iets te eten; trek)
Related Words for "zin":
Synonyms for "zin":
Related Definitions for "zin":
zin form of zinnen:
-
zinnen (plan beramen; bedenken; verzinnen; beramen)
sinnen; planen; einen Plan entwerfen; nachdenken; nachsinnen über; sich ausdenken-
einen Plan entwerfen Verb
-
nachsinnen über Verb (sinne nach über, sinnst nach über, sinnt nach über, sinnte nach über, sinntet nach über, nachgesinnt über)
-
sich ausdenken Verb (denke mich aus, denkst dich aus, denkt sich aus, dachte sich aus, dachtet euch aus, sich ausgedacht)
Conjugations for zinnen:
o.t.t.
- zin
- zint
- zint
- zinnen
- zinnen
- zinnen
o.v.t.
- zon
- zon
- zon
- zonnen
- zonnen
- zonnen
v.t.t.
- heb gezonnen
- hebt gezonnen
- heeft gezonnen
- hebben gezonnen
- hebben gezonnen
- hebben gezonnen
v.v.t.
- had gezonnen
- had gezonnen
- had gezonnen
- hadden gezonnen
- hadden gezonnen
- hadden gezonnen
o.t.t.t.
- zal zinnen
- zult zinnen
- zal zinnen
- zullen zinnen
- zullen zinnen
- zullen zinnen
o.v.t.t.
- zou zinnen
- zou zinnen
- zou zinnen
- zouden zinnen
- zouden zinnen
- zouden zinnen
diversen
- zin!
- zint!
- gezonnen
- zinnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Related Words for "zinnen":
Computerübersetzung von Drittern:
Images: