Inhalt

Remove Ads

Niederländisch

Detailübersetzungen für leiden von Niederländische ins Deutsch

leiden:

leiden Verb (leid, leidt, leidde, leidden, geleid)

  1. leiden (begeleiden; voeren; meevoeren)
    führen; leiten; lenken
    • führen Verb (führe, führst, führt, führte, führtet, geführt)
    • leiten Verb (leite, leitst, leitt, leitte, leittet, geleitet)
    • lenken Verb (lenke, lenkst, lenkt, lenkte, lenktet, gelenkt)
  2. leiden (leiding geven; besturen; aanvoeren; voorzitten; managen)
    leiten; führen; anführen; dirigieren
    • leiten Verb (leite, leitst, leitt, leitte, leittet, geleitet)
    • führen Verb (führe, führst, führt, führte, führtet, geführt)
    • anführen Verb (führe an, führst an, führt an, führte an, führtet an, angeführt)
    • dirigieren Verb (dirigiere, dirigierst, dirigiert, dirigierte, dirigiertet, dirigiert)
  3. leiden (bevel voeren over; aanvoeren; commanderen; leidinggeven)
    führen; leiten; steuern; anordnen; kommandieren; lenken; befehlen; gebieten; verordnen
    • führen Verb (führe, führst, führt, führte, führtet, geführt)
    • leiten Verb (leite, leitst, leitt, leitte, leittet, geleitet)
    • steuern Verb (steuere, steuerst, steuert, steuerte, steuertet, gesteuert)
    • anordnen Verb (ordne an, ordnest an, ordnet an, ordnete an, ordnetet an, angeordnet)
    • kommandieren Verb (kommandiere, kommandierst, kommandiert, kommandierte, kommandiertet, kommandiert)
    • lenken Verb (lenke, lenkst, lenkt, lenkte, lenktet, gelenkt)
    • befehlen Verb (befehle, befiehlst, befielht, befohl, befohlt, befohlen)
    • gebieten Verb (gebiete, gebietest, gebietet, gebot, gebotet, geboten)
    • verordnen Verb (verordne, verordnest, verordnet, verordnete, verordnetet, verordnet)

Conjugations for leiden:

o.t.t.
  1. leid
  2. leidt
  3. leidt
  4. leiden
  5. leiden
  6. leiden
o.v.t.
  1. leidde
  2. leidde
  3. leidde
  4. leidden
  5. leidden
  6. leidden
v.t.t.
  1. heb geleid
  2. hebt geleid
  3. heeft geleid
  4. hebben geleid
  5. hebben geleid
  6. hebben geleid
v.v.t.
  1. had geleid
  2. had geleid
  3. had geleid
  4. hadden geleid
  5. hadden geleid
  6. hadden geleid
o.t.t.t.
  1. zal leiden
  2. zult leiden
  3. zal leiden
  4. zullen leiden
  5. zullen leiden
  6. zullen leiden
o.v.t.t.
  1. zou leiden
  2. zou leiden
  3. zou leiden
  4. zouden leiden
  5. zouden leiden
  6. zouden leiden
en verder
  1. ben geleid
  2. bent geleid
  3. is geleid
  4. zijn geleid
  5. zijn geleid
  6. zijn geleid
diversen
  1. leid!
  2. leidt!
  3. geleid
  4. leidend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Synonyms for "leiden":


Antonyms for "leiden":


Related Definitions for "leiden":

  1. aangeven wat er moet gebeuren1
    • de voorzitter leidt de vergadering1
  2. vooropgaan of bovenaan staan1
    • Ajax leidt in de eredivisie van het voetbal1
  3. in een bepaalde richting gaan1
    • deze weg leidt naar Amsterdam1

Computerübersetzung von Drittern:
Images:

Related Translations for leiden



Remove Ads

Remove Ads