Remove Ads

Niederländisch

Detailübersetzungen für baan von Niederländische ins Deutsch

baan:

baan [de ~ (m)] Nomen

  1. de baan (dienstbetrekking; positie; functie; job)
    Arbeitsverhältnis; die Stellung; die Dienststelle; Dienstverhältnis
  2. de baan (werkkring; werk; werkplek)
    der Arbeitsplatz; die Stelle; die Arbeit; die Funktion; der Wirkungskreis; die Stellung; die Position
  3. de baan (traject; route; weg; )
    die Strecke; die Teilstrecke
  4. de baan (straatweg; straat; weg)
    die Straße; der Weg; die Bahn; die Strecke; die Chaussee
  5. de baan (parcours)
    die Strecke; die Piste
  6. de baan (spoorweg; spoorbaan; spoor; rails)
    die Bahn; der Schienenweg; Gleis; Bahngleis
  7. de baan (rijbaan; gedeelte van de weg; rijweg; rijstrook)
    die Fahrbahn; die Fahrstrecke; die Straße; der Fahrstreifen; die Fahrspur; der Straßenabschnitt

Related Words for "baan":


Synonyms for "baan":


Related Definitions for "baan":

  1. weg voor sporten1
    • de tennisbaan is gesloten1
  2. werk waarvoor je betaald wordt1
    • zij heeft een baan als verpleegster1
  3. strook van stof of papier1
    • we plakten een baan behang op de muur1

baan form of banen:

banen Verb (baan, baant, baande, baanden, gebaand)

  1. banen (vrijmaken; bevrijden; emanciperen; vrijvechten; verlossen)
    entlassen; freimachen; erlösen; freigeben; freilassen; befreien; entbinden
    • entlassen Verb (entlasse, entläßt, entließ, entließt, entlassen)
    • freimachen Verb (mache frei, machst frei, macht frei, machte frei, machtet frei, freigemacht)
    • erlösen Verb (erlöse, erlöst, erlöste, erlöstet, erlöst)
    • freigeben Verb (gebe frei, gibst frei, gibt frei, gab frei, gabt frei, freigegeben)
    • freilassen Verb (lasse frei, läßt frei, läßt fei, ließ frei, ließt frei, freigelassen)
    • befreien Verb (befreie, befreist, befreit, befreite, befreitet, befreit)
    • entbinden Verb (entbinde, entbindest, entband, entbandet, entbunden)

Conjugations for banen:

o.t.t.
  1. baan
  2. baant
  3. baant
  4. banen
  5. banen
  6. banen
o.v.t.
  1. baande
  2. baande
  3. baande
  4. baanden
  5. baanden
  6. baanden
v.t.t.
  1. heb gebaand
  2. hebt gebaand
  3. heeft gebaand
  4. hebben gebaand
  5. hebben gebaand
  6. hebben gebaand
v.v.t.
  1. had gebaand
  2. had gebaand
  3. had gebaand
  4. hadden gebaand
  5. hadden gebaand
  6. hadden gebaand
o.t.t.t.
  1. zal banen
  2. zult banen
  3. zal banen
  4. zullen banen
  5. zullen banen
  6. zullen banen
o.v.t.t.
  1. zou banen
  2. zou banen
  3. zou banen
  4. zouden banen
  5. zouden banen
  6. zouden banen
diversen
  1. baan!
  2. baant!
  3. gebaand
  4. banende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Related Words for "banen":


Computerübersetzung von Drittern:
Images:

Related Translations for baan



Remove Ads

Remove Ads