Remove Ads

Französisch

Detailübersetzungen für poursuivre von Französische ins Niederländisch

poursuivre:

poursuivre Verb

  1. poursuivre (suivre à pied; suivre; traquer; )
    volgen; achternagaan; nalopen; achternalopen
    • volgen Verb (volg, volgt, volgde, volgden, gevolgd)
    • achternagaan Verb (ga achterna, gaat achterna, ging achterna, gingen achterna, achternagegaan)
    • nalopen Verb (loop na, loopt na, liep na, liepen na, nagelopen)
    • achternalopen Verb (loop achterna, loopt achterna, liep achterna, liepen achterna, achternagelopen)
  2. poursuivre (continuer; persister; avancer; )
    verdergaan; voortgaan; doorlopen; verder lopen; avanceren
    • verdergaan Verb (ga verder, gaat verder, ging verder, gingen verder, verder gegaan)
    • voortgaan Verb (ga voort, gaat voort, ging voort, gingen voort, voortgegaan)
    • doorlopen Verb (loop door, loopt door, liep door, liepen door, doorgelopen)
    • verder lopen Verb (loop verder, loopt verder, liep verder, liepen verder, verder gelopen)
    • avanceren Verb (avanceer, avanceert, avanceerde, avanceerden, geavanceerd)
  3. poursuivre (continuer; prolonger)
    continueren; doorgaan; voortzetten; verdergaan; vervolgen; prolongeren
    • continueren Verb (continueer, continueert, continueerde, continueerden, gecontinueerd)
    • doorgaan Verb (ga door, gaat door, ging door, gingen door, doorgegaan)
    • voortzetten Verb (zet voort, zette voort, zetten voort, voortgezet)
    • verdergaan Verb (ga verder, gaat verder, ging verder, gingen verder, verder gegaan)
    • vervolgen Verb (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
    • prolongeren Verb (prolongeer, prolongeert, prolongeerde, prolongeerden, geprolongeerd)
  4. poursuivre (juger; condamner)
    berechten; vervolgen
    • berechten Verb (berecht, berechtte, berechtten, berecht)
    • vervolgen Verb (vervolg, vervolgt, vervolgde, vervolgden, vervolgd)
  5. poursuivre (continuer sa route)
    doorrijden
    • doorrijden Verb (rijd door, rijdt door, reed door, reden door, doorgereden)
  6. poursuivre (avoir en vue; viser; aspirer; se proposer; ambitionner)
    bedoelen; beogen; ten doel hebben
  7. poursuivre (continuer à travailler)
    doorwerken
    • doorwerken Verb (werk door, werkt door, werkte door, werkten door, doorgewerkt)
  8. poursuivre (exercer en guise d'activité secondaire; continuer)
    verder doen; daarnaast doen
  9. poursuivre (briguer; rechercher; courir)
  10. poursuivre (succéder; suivre; succéder à; marcher sur les traces de)
    navolgen; komen na
    • navolgen Verb (volg na, volgt na, volgde na, volgden na, nagevolgd)
    • komen na Verb (kom na, komt na, kwam na, kwamen na, gekomen na)
  11. poursuivre (avancer; continuer; laisser continuer; faire durer)
    verdergaan; een stapje verder gaan

Conjugations for poursuivre:

Présent
  1. poursuis
  2. poursuis
  3. poursuit
  4. poursuivons
  5. poursuivez
  6. poursuivent
imparfait
  1. poursuivais
  2. poursuivais
  3. poursuivait
  4. poursuivions
  5. poursuiviez
  6. poursuivaient
passé simple
  1. poursuivis
  2. poursuivis
  3. poursuivit
  4. poursuivîmes
  5. poursuivîtes
  6. poursuivirent
futur simple
  1. poursuivrai
  2. poursuivras
  3. poursuivra
  4. poursuivrons
  5. poursuivrez
  6. poursuivront
subjonctif présent
  1. que je poursuive
  2. que tu poursuives
  3. qu'il poursuive
  4. que nous poursuivions
  5. que vous poursuiviez
  6. qu'ils poursuivent
conditionnel présent
  1. poursuivrais
  2. poursuivrais
  3. poursuivrait
  4. poursuivrions
  5. poursuivriez
  6. poursuivraient
passé composé
  1. ai poursuivi
  2. as poursuivi
  3. a poursuivi
  4. avons poursuivi
  5. avez poursuivi
  6. ont poursuivi
divers
  1. poursuis!
  2. poursuivez!
  3. poursuivons!
  4. poursuivi
  5. poursuivant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles

Synonyms for "poursuivre":


Computerübersetzung von Drittern:
Images:

Related Translations for poursuivre



Remove Ads

Remove Ads