Detailübersetzungen für grip von Englische ins Niederländisch
grip:
-
omklemmen;
klemmen;
knellen
-
omklemmen
Verb
(omklem, omklemt, omklemde, omklemden, omklemd)
-
klemmen
Verb
(klem, klemt, klemde, klemden, geklemd)
-
knellen
Verb
(knel, knelt, knelde, knelden, gekneld)
-
grijpen;
pakken;
vangen;
verstrikken;
vatten;
klauwen
-
grijpen
Verb
(grijp, grijpt, greep, grepen, gegrepen)
-
pakken
Verb
(pak, pakt, pakte, pakten, gepakt)
-
vangen
Verb
(vang, vangt, ving, vingen, gevangen)
-
verstrikken
Verb
(verstrik, verstrikt, verstrikte, verstrikten, verstrikt)
-
vatten
Verb
(vat, vatte, vatten, gevat)
-
klauwen
Verb
(klauw, klauwt, klauwde, klauwden, geklauwd)
-
grissen;
grijpen;
jatten;
snaaien;
pikken;
wegkapen;
graaien
-
grissen
Verb
(gris, grist, grisde, grisden, gegrist)
-
grijpen
Verb
(grijp, grijpt, greep, grepen, gegrepen)
-
jatten
Verb
(jat, jatte, jatten, gejat)
-
snaaien
Verb
(snaai, snaait, snaaide, snaaiden, gesnaaid)
-
pikken
Verb
(pik, pikt, pikte, pikten, gepikt)
-
wegkapen
Verb
(kaap weg, kaapt weg, kaapte weg, kaapten weg, weggekaapt)
-
graaien
Verb
(graai, graait, graaide, graaiden, gegraaid)
-
grijpen;
vastpakken;
aanklampen;
beetpakken;
vastklampen;
beetgrijpen
-
grijpen
Verb
(grijp, grijpt, greep, grepen, gegrepen)
-
vastpakken
Verb
(pak vast, pakt vast, pakte vast, pakten vast, vastgepakt)
-
aanklampen
Verb
(klamp aan, klampt aan, klampte aan, klampten aan, aangeklampt)
-
beetpakken
Verb
(pak beet, pakt beet, pakte beet, pakten beet, beetgepakt)
-
vastklampen
Verb
(klamp vast, klampt vast, klampte vast, klampten vast, vastgeklampt)
-
Conjugations for grip:
present
- grip
- grip
- grips
- grip
- grip
- grip
simple past
- gripped
- gripped
- gripped
- gripped
- gripped
- gripped
present perfect
- have gripped
- have gripped
- has gripped
- have gripped
- have gripped
- have gripped
past continuous
- was gripping
- were gripping
- was gripping
- were gripping
- were gripping
- were gripping
future
- shall grip
- will grip
- will grip
- shall grip
- will grip
- will grip
continuous present
- am gripping
- are gripping
- is gripping
- are gripping
- are gripping
- are gripping
subjunctive
- be gripped
- be gripped
- be gripped
- be gripped
- be gripped
- be gripped
diverse
- grip!
- let's grip!
- gripped
- gripping
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they
Related Words for "grip":
Synonyms for "grip":
Related Definitions for "grip":
-
the act of grasping1
-
a portable rectangular container for carrying clothes1
-
a flat wire hairpin whose prongs press tightly together; used to hold bobbed hair in place1
-
the appendage to an object that is designed to be held in order to use or move it1
-
an intellectual hold or understanding1
-
worker who moves the camera around while a film or television show is being made1
-
the friction between a body and the surface on which it moves (as between an automobile tire and the road)1
-
hold fast or firmly1
-
to grip or seize, as in a wrestling match1
-
to render motionless, as with a fixed stare or by arousing terror or awe1
Computerübersetzung von Drittern:
Images:
Related Translations for grip