Remove Ads

Deutsch

Detailübersetzungen für sagen von Deutsche ins Niederländisch

sagen:

sagen Verb (sage, sagst, sagt, sagte, sagtet, gesagt)

  1. sagen (anschneiden)
    zeggen; vertellen; ter sprake brengen; naar voren brengen; opmerken; verwoorden
    • zeggen Verb (zeg, zeg/zegt, zegt, zei, zeiden, gezegd)
    • vertellen Verb (vertel, vertelt, vertelde, vertelden, verteld)
    • ter sprake brengen Verb (breng ter sprake, brengt ter sprake, bracht ter sprake, brachten ter sprake, tersprake gebracht)
    • naar voren brengen Verb (breng naar voren, brengt naar voren, bracht naar voren, brachten naar voren, naar voren gebracht)
    • opmerken Verb (merk op, merkt op, merkte op, merkten op, opgemerkt)
    • verwoorden Verb (verwoord, verwoordt, verwoordde, verwoordden, verwoord)
  2. sagen (Geschichte erzählen; erzählen; melden; )
    vertellen; verhalen; verhaal vertellen
  3. sagen (konversieren; reden; mit einander sprechen; )
    praten; spreken; converseren
    • praten Verb (praat, praatte, praatten, gepraat)
    • spreken Verb
    • converseren Verb (converseer, converseert, converseerde, converseerden, geconverseerd)
  4. sagen (berichten; melden; mitteilen; )
    melden; berichten; meedelen; rapporteren; informeren; verslag uitbrengen
    • melden Verb (meld, meldt, meldde, meldden, gemeld)
    • berichten Verb (bericht, berichtte, berichtten, bericht)
    • meedelen Verb (deel mee, deelt mee, deelde mee, deelden mee, meegedeeld)
    • rapporteren Verb (rapporteer, rapporteert, rapporteerde, rapporteerden, gerapporteerd)
    • informeren Verb (informeer, informeert, informeerde, informeerden, geïnformeerd)
    • verslag uitbrengen Verb (breng verslag uit, brengt verslag uit, bracht verslag uit, brachten verslag uit, verslag uitgebracht)
  5. sagen (miteinander sprechen; sprechen; kommunizieren; )
    spreken; praten; in contact staan; een conversatie hebben; communiceren
    • spreken Verb
    • praten Verb (praat, praatte, praatten, gepraat)
    • in contact staan Verb (sta in contact, staat in contact, stond in contact, stonden in contact, in contact gestaan)
    • een conversatie hebben Verb (heb een conversatie, hebt een conversatie, heeft een conversatie, had een conversatie, hadden een conversatie, een conversatie gehad)
    • communiceren Verb (communiceer, communiceert, communiceerde, communiceerden, gecommuniceerd)
  6. sagen (sprechen; klatschen; babbeln; )
    spreken; wauwelen; praten; babbelen; kwebbelen; kletsen; zwammen; kakelen; kwetteren; klappen; kwekken; snateren
    • spreken Verb
    • wauwelen Verb (wauwel, wauwelt, wauwelde, wauwelden, gewauweld)
    • praten Verb (praat, praatte, praatten, gepraat)
    • babbelen Verb (babbel, babbelt, babbelde, babbelden, gebabbeld)
    • kwebbelen Verb (kwebbel, kwebbelt, kwebbelde, kwebbelden, gekwebbeld)
    • kletsen Verb (klets, kletst, kletste, kletsten, gekletst)
    • zwammen Verb (zwam, zwamt, zwamde, zwamden, gezwamd)
    • kakelen Verb (kakel, kakelt, kakelde, kakelden, gekakeld)
    • kwetteren Verb (kwetter, kwettert, kwetterde, kwetterden, gekwetterd)
    • klappen Verb (klap, klapt, klapte, klapten, geklapt)
    • kwekken Verb (kwek, kwekt, kwekte, kwekten, gekwekt)
    • snateren Verb (snater, snatert, snaterde, snaterden, gesnaterd)

Conjugations for sagen:

Präsens
  1. sage
  2. sagst
  3. sagt
  4. sagen
  5. sagt
  6. sagen
Imperfekt
  1. sagte
  2. sagtest
  3. sagte
  4. sagten
  5. sagtet
  6. sagten
Perfekt
  1. habe gesagt
  2. hast gesagt
  3. hat gesagt
  4. haben gesagt
  5. habt gesagt
  6. haben gesagt
1. Konjunktiv [1]
  1. sage
  2. sagest
  3. sage
  4. sagen
  5. saget
  6. sagen
2. Konjunktiv
  1. sagte
  2. sagtest
  3. sagte
  4. sagten
  5. sagtet
  6. sagten
Futur 1
  1. werde sagen
  2. wirst sagen
  3. wird sagen
  4. werden sagen
  5. werdet sagen
  6. werden sagen
1. Konjunktiv [2]
  1. würde sagen
  2. würdest sagen
  3. würde sagen
  4. würden sagen
  5. würdet sagen
  6. würden sagen
Diverses
  1. sag!
  2. sagt!
  3. sagen Sie!
  4. gesagt
  5. sagend
1. ich, 2. du/Sie, 3. er/sie/es, 4. wir, 5. ihr/Sie, 6. sie

Synonyms for "sagen":


Computerübersetzung von Drittern:
Images:

Related Translations for sagen



Remove Ads

Remove Ads